Blog van renee

Freiburg maakt de verwachtingen waar

Veel hadden we er al over gehoord, de Duitse stad Freiburg. Het zou een soort Mekka zijn voor stedenbouwkundigen en architecten met een interesse in alles wat met ecologie te maken heeft. Samenhuizen ging er op bezoek bij verschillende cohousings en andere samenhuisprojecten.

Als we ‘s avonds de stad doorkruisen op weg naar de jeugdherberg, voelen we het al: met deze stad is iets bijzonders aan de hand. Alles lijkt er te kloppen op het eerste gezicht. Weinig auto’s, zelfs op de ring kan het verkeer vlot doorrijden rond spitsuurtijd. Er zijn ook overal fietspaden! Elders in Duitsland is dat wel anders. 

Freiburg pionier in eco

Freiburg is qua inwoneraantal ongeveer even groot als Gent, maar daar houden de gelijkenissen tussen de twee steden ook op. Freiburg zet al geruime tijd in op duurzaamheid. Toen in 1991 de laatste Franse soldaten vertrokken uit de legerbasis in de stad (ze waren er sinds 1945 gelegerd), kwam er een grote wijk vrij. De stad besloot er een ecowijk te bouwen: Vauban. 

Samenhuizenreis 2018 dag 3

De bouw startte eind de jaren ‘90, in 2001 betrokken de eerste 2.000 bewoners hun nieuwe woningen. De woningen waren allemaal lage-energiewoningen en zelfs enkele passiefhuizen – waarmee Freiburg voorop liep. Vauban heeft ook een goed doordacht mobiliteitsplan, waarbij op enkele hoofdwegen na de meeste straten autoluw of zelfs autovrij zijn. De projecten die wij gaan bezoeken liggen naast elkaar, ook in Vauban: Vaubanaise en WoGe Sonnenhof. 

WoGe Sonnenhof is een interessant project omdat het in feite drie woonprojecten zijn die één site delen. Er is een groep woningen voor mensen met dementie, een groep woningen die eigendom zijn van het Miethäuser Syndikat (een typisch Duitse wooncoöperatie) en een aantal woningen die privé-eigendom zijn. Ze delen een prachtige binnentuin en een polyvalente ruimte met keuken. 

Solidaire buren

Bij een woonproject waar ook mensen met dementie wonen, verwacht je veel deuren met sloten en hekken. Niets is minder waar: in Sonnenhof zijn alle mensen vrij, dus ook de mensen met dementie. Dat een demente bewoner wegloopt, gebeurt maar zelden. 

De bewoners van Sonnenhof krijgen korting op hun woonkosten als ze minstens twintig uur vrijwilligerswerk doen voor de mensen met dementie. Velen doen dit en sowieso is er veel burenhulp onderling. In de huizen van het Miethäuser Syndikat wonen relatief veel eenoudergezinnen, die elkaar ook regelmatig onderling helpen. 

Duitsland = het land van de wooncoöperaties

Vaubanaise valt bij aankomst meteen op vanwege zijn bijzonder kleurrijke gevel. Het grote project (80 bewoners!) is net als Sonnenhof opgedeeld in verschillende woonprojecten. Er zijn een aantal woongroepen voor mensen met en zonder beperkingen en daarnaast zijn er nog volledig autonome appartementen. 

Wij kregen in Vaubanaise de indruk dat het gemeenschappelijk leven er op een lager pitje staat dan in Sonnenhof. Wat bijzonder is aan Vaubanaise is de juridische structuur en de manier waarop het project gefinancierd is. Alle bewoners zijn namelijk coöperanten. Zij hebben bij intrek 30.000€ aan aandelen in de coöperatie gekocht en betalen daarnaast nog maandelijks een huur van 9,8€ per vierkante meter (dat is lager dan de marktprijs in Freiburg). Zo werd het woonproject voor de helft bekostigd middels hypotheken, de andere helft kwam van de verkoop van aandelen aan zowel de bewoners als externen. 

Verfrissend “open riool”

Tijdens de vrije namiddag gaan we op ontdekkingstocht in het centrum van Freiburg. De stad werd zwaar gebombardeerd tijdens de tweede wereldoorlog, maar nu is dat buiten een herdenkingsmonument hier en daar nauwelijks meer te zien. De gebouwen in het centrum zijn in middeleeuwse stijl gerestaureerd en alles is er zeer netjes: geen rondslingerend vuil te bekennen. 

De grootste verrassing zijn de gootjes met stromend water. Zeg maar een soort “open riolen”, maar dan met proper water die doorheen vrijwel alle straten stromen en zorgen voor een verfrissend en levendig effect. Jonge kinderen maken er dankbaar gebruik van door kleine zeilbootjes aan touwtjes te laten meevoeren door het water. Het is opnieuw een voorbeeld van hoe kleine aanpassingen de stad leefbaarder en aangenamer maken voor iedereen, jong en oud. 

Individualiteit in gemeenschap

De reis vertrok al vroeg vanuit Antwerpen Berchem. Met een groep van vijftig samenhuizen-enthousiastelingen begeven ons richting Keulen, een van de grootste steden in Duitsland en de thuis van vele Duitse samenhuisprojecten. Het eerste project dat we aandoen is ‘Beginenhof’, gelegen in een buitenwijk van de stad. 

Samenhuizenreis 2018 dag 1

De bewoners zijn 27 personen tussen de 57 en 80 jaar en zijn allemaal vrouwen. Een bewoonster vertelt: “De meeste vrouwen hier zijn in een levensfase beland waarin hun kinderen de deur uit zijn en hun professionele carrière ten einde loopt. Dat wil niet zeggen dat de vrouwen niet actief zijn; in tegendeel. De vrouwen zijn erg sociaal betrokken en actief in het project en in de buurt – zoals de Begijnen dat vroeger ook waren.” Het project is open voor de buurt en organiseert verschillende activiteiten, zoals lessen Duits, flamencoles, foto-exposities en vluchtelingencafé. 

Open voor alle religies en levensfilosofieën

Het Beginenhof heeft weinig met de katholieke kerk te maken. De bewoonsters zijn soms wel katholiek of christelijk, maar evengoed wonen er ook boeddhisten en atheïsten in de groep. Het project heeft een aangename ‘Stille Raum’, een ruimte waar mensen zich kunnen terugtrekken om zich te richten op spiritualiteit. 

De begijnen waren van oorsprong een vrouwenorde. Eén van de meest prangende vragen vanuit het publiek was dan ook: “Wat als één van de bewoonsters de liefde van haar leven tegen komt en wil samenwonen?” Wel in het geval dat dit een man is, dan zal de bewoonster elders moeten gaan wonen. Ook al heeft Beginenhof niets met Rome te maken – mannen zijn er niet welkom als bewoners. 

Vrienden bouwen samen aan hun droom

Volgend project op de lijst is Sülzer Freunde, in de voorstad Sülz – eveneens in Keulen. Keulen is de bakermat van de baugruppen, een juridische vorm vergelijkbaar met de burgerlijke maatschap waarbij groepen samen een project bouwen op een site die door de stad of gemeente wordt aangereikt. Sülzer Freunde is zo’n baugruppe, maar met een sterke gemeenschappelijke component. De bewoners delen de tuin en een common house voor buurtactiviteiten. 

De groep werd opgestart door een groep architecten: “We zijn toen op zoek gegaan in onze vrienden- en kennissenkring naar mensen die ook graag in Sülz wilden bouwen en achter de ideeën van gemeenschappelijk wonen staan”. Uiteindelijk bouwden ze een prachtig passiefbouwproject met zestien woningen. 

Nieuwe woonvormen: een alternatief voor iedereen

Dit artikel is een recensie van het boek Wonen in de 21ste eeuw (Acco, 2017) van Peter Camp.

Wie bedenkt zo'n titel? Uiteraard, niemand minder dan Peter Camp*! Nu het lijvige boek (584 pagina's) in tweede druk is gegaan, is er geen ontkomen meer aan; aanschaffen en lezen! Zoals ik in de aanbevelingen - op vraag van Peter schreef - is dit een uniek tijdsdocument over wonen in al zijn varianten, waarbij niet de stenen, maar de mensen (individu, groep en interactie) centraal staan. Doorheen het boek komen er veel voorbeelden aan bod, waarbij telkens het uitgangspunt toegelicht wordt met bijzondere aandacht voor de mens.

Het boek hoort niet thuis op de salontafel, maar aan de leestafel. Uitgangspunt is het 500 jaar oude boek van Thomas More - “Utopia”. Camp weet het te vertalen in een eenvoudig schema (pagina 23) waarin de rode draad van zijn boek vervat zit. Hij heeft de term WEtopia bedacht, waarin de mens centraal staat. Volkomen terecht trouwens, wat zal blijken na al die pagina's. Er zijn vier varianten: YOUtopia waarbij de nadruk ligt op nabuurschap, OURtopia met aandacht voor de (ruimere) buurt, ECOtopia dat streeft naar een betere wereld, en tenslotte MEtopia met bijzondere aandacht voor zorg. Stuk voor stuk relevante uitgangspunten die Camp aan de hand van meer dan tweehonderdvijftig voorbeeldprojecten illustreert. Elk project dat in het boek opgenomen is, wordt zorgvuldig gekaderd en in de vaak summiere toelichtingen komen de kernzaken aan bod. In het boek van Peter Camp zal je bijzonder weinig plannen vinden, maar in duidelijke taal lees je de menselijke interventies die het project maakten. Dat op zich is uniek, want te vaak krijgen we mooie plaatjes (prenten) voorgeschoteld die ons afleiden van de essentie. Wonen in de 20ste eeuw was helaas te vaak het terrein van politici, architecten, ingenieurs en stedenbouwkundigen. Wonen in de 21ste eeuw is het resultaat van de individuele bijdrage aan iets gemeenschappelijks, iets wat je deelt met anderen. Bovendien, zo stelt Camp, geeft het meer voldoening.

Mensen in verbinding brengen centraal 

Maar wat nog indrukwekkender is, is dat Camp je meeneemt in een bijna oneindige reis langs ideeën, theorieën en praktijken, die stuk voor stuk passen in het grotere verhaal. Onder meer het feit dat de nieuwe woonvormen geen manier van wonen zijn voor alternatieve mensen, maar een alternatief is voor gewone mensen. Gaandeweg, hoofdstuk na hoofdstuk, illustreren de voorbeelden in welke mate ze een antwoord bedachten voor een nood. Steevast zijn het kleine intenties, goede voornemens en het inspelen op verzuchtingen van individuen of kleine groepen. Keer op keer blijkt het antwoord eenvoudig te zijn, niet simpel. Peter Camp is er met zijn boek in geslaagd om de lezer bij de les te houden en hem of haar mee te nemen langsheen een reeks projecten die elk op hun manier het verschil weten te maken. Of zoals hij het weet te verwoorden: het informele wonen is het wonen van stadsmakers, van maatschappelijk betrokken en ondernemende burgers die samen met anderen activiteiten organiseren om de leefbaarheid te vergroten. Ik citeer hem graag een laatste keer (uit zijn conclusie): "Verbondenheid is het sleutelwoord. Je verbinden met anderen, delen, wederkerigheid, hulp ontvangen. In een nabuurnetwerk, (ver)bouwgroep, woongemeenschap of zorgcollectief. Dat is minder moeilijk dan het lijkt."

Inderdaad, alle aangehaalde projecten (die bijzonder goed uitgezocht zijn) illustreren het grotere verhaal. Zowel de Nederlandse als de Belgische (Vlaamse, Brusselse en Waalse) voorbeelden versterken elkaar en bevestigen dat de zoektocht universeel is. Indien we er in slagen om de mens centraal te plaatsen, komen we er zeker. Peter Camp weet 584 pagina's lang de lezer te bekoren. Het boek is trouwens heel helder geschreven, zonder enig jargon, en stilistisch hoogstaand.

Zoektocht naar andere woonvormen is universeel

Er is helaas nog een hele weg af te leggen, want Wonen in de 21ste eeuw maakt geen gewag van de geïsoleerde/vereenzaamde bewoner in een (saai) appartementsgebouw of de verkavelingsterreur en andere ruimtelijke fiasco's die de gemiddelde Vlaming aanricht. Dat was uiteraard nooit de opzet van dit boek en daar zijn meer dan goede redenen voor.  

In het tweede hoofdstuk gaat Peter Camp helemaal overstag voor de deeleconomie. Op zich past het perfect in de opbouw van zijn boek, maar helaas dekt de term de lading niet meer. De grote voorbeelden (Uber, Air BnB enz) mochten achterwege blijven, want ondertussen weten we dat winsten niet gedeeld worden en de arbeidsvoorwaarden ondermaats zijn. Dit is wellicht te wijten aan de tijdsgeest, want toen Peter Camp het voorbereidend onderzoek deed voor zijn boek, waren we nog in volle euforie. De ontnuchterende feiten en wantoestanden zijn ons pas later ter ore gekomen. Maar nogmaals, net omdat het boek van Peter Camp een heus tijdsdocument is, mag het zulke bewegingen benoemen. Trouwens, een kritische bedenking lees je al aan het einde van dit hoofdstuk.

Auteur: Luc Lampaert**

* Peter Camp is organisatiesocioloog en ontwikkelaar van de matrix-methode (een handleiding voor veranderingen in organisaties). Los van zijn actieve bijdragen in het professionele leven, is Camp sinds enige tijd geboeid door het aspect wonen. Hij heeft zelf een aantal projecten gerealiseerd en zit nooit stil. Nauwgezet en gedreven heeft hij zijn boek geschreven, enerzijds door dagelijks op zoek te gaan naar inspiratie en projecten, anderzijds door een onuitputtelijke werkijver aan de dag te leggen en zijn analytische gave in te zetten om het allemaal in een bevattelijk model te gieten.

** Luc Lampaert is medewerker alternatieve woonvormen bij het Kenniscentrum Welzijn, Wonen, Zorg in Brussel en lid van de Algemene Vergadering van Samenhuizen VZW. Sinds 2012 verdiept hij zich in het thema gemeenschappelijk wonen en volgt alle projecten op in het gewest. Met het Kenniscentrum WWZ realiseerde hij o.a. het Project Samenhuizen Cellebroerstraat op de Sint-Jorisite in Brussel, zetelde in de stuurgroep van het project Casa Viva (eveneens in Brussel) en adviseert initiatiefnemers, begeleiders en groepen. Lampaert is tevens voorzitter van het bestuur van de Vereniging van Mede-eigenaars Dixmude, waar hij samen met de andere bestuurders in slaagde om van een bekvechtende mede-eigendom naar een beheer in consensus te evolueren. Lampaert is mede-auteur van het onderzoek “10 woonvormen om over na te denken” (Kenniscentrum, 2012) en het Cahier over het Project Samenhuizen (2017). Op dit ogenblik werkt hij aan een nieuw cahier over het project Casa Viva en initieert hij projecten voor thuislozen, sociaal kwetsbaren en ouderen in Brussel.   

 

Efficiënt management en samen eten sleutel tot gelukkig samenhuizen

In zijn nieuwste boek “Happily ever aftering in cohousing” geeft Charles Durrett de geheime ingrediënten prijs voor hoe je het leven in een samenhuisproject zo aangenaam mogelijk kan maken. Aan de hand van persoonlijke anekdotes en praktische voorbeelden toont Durrett hoe je de uitdagingen die alle samenhuizers tegenkomen het beste kunt aangaan. 

In december was het zover, het nieuwe boek van de Amerikaanse architect en cohousing-goeroe Charles Durrett “Happily ever aftering in cohousing – a handbook for community living” lag op de mat in het Samenhuizenkantoor. Durrett ontwierp meer dan zeventig cohousing projecten en is zelf ook een – naar eigen zeggen zeer gelukkige – bewoner van de Nevada City Cohousing en heeft dus zeker veel ervaring met het onderwerp.

Durretts boek begint met een wat dramatisch doembeeld van slechtfunctionerende cohousings met ongelukkige bewoners die willen verhuizen. Durrett belooft dat met de raad uit zijn boek het nooit zo ver hoeft te komen in jouw eigen samenhuisproject. Dat is misschien veel gezegd, maar het boek bevat zeker een aantal interessante en praktisch toepasbare tips voor bijna elke samenhuisvorm (en dus niet alleen cohousings). 

Sommige delen van het boek zijn voornamelijk op grote groepen gericht (eerder cohousings of co-wonenprojecten) en minder toepasbaar in bijvoorbeeld een gemeenschapshuis. Een klein deel van het boek is ook gewijd aan juridische structuren. Dit deel (omvat enkele pagina’s) is niet erg van toepassing voor een Europese, Belgische of Vlaamse context. Verder is het boek zeer praktisch toepasbaar en (voor wie al in een samenhuisproject woont) ook zeer herkenbaar. 

De “beste” cohousers houden niet van vergaderen

Volgens Durrett wordt er in de startfase van de meeste samenhuisprojecten teveel gefocust op de architectuur. Terwijl volgens hem de manier waarop de groepsprocessen gemanaged worden doorslaggevend is voor of wonen in een cohousing aangenaam of rampzalig wordt. Een verrassende visie, want Durrett is architect van beroep. Een efficiënt systeem om beslissingen te nemen is voor elke groep onontbeerlijk. In zijn boek legt Durrett een consensussysteem uit dat werkt met gekleurde kaarten. 

Efficiënt vergaderen is eveneens een belangrijk punt. “De beste cohousers houden niet van vergaderen”, zo stelt Durrett. Om mensen niet te vervelen of ontmoedigen met ellenlange, ineffectieve vergaderingen, is het beter om vergaderingen strak te leiden met een agenda en de spreektijd per agendapunt. Ook het oprichten van werkgroepen kan nuttig zijn.

Sowieso stelt Durrett dat er altijd een aantal regels en minimum bepalingen moet zijn in een cohousing, want anders zal wat hij de “tragedy of the commons” noemt toeslaan: “Iemand anders zal dit of dat wel doen in mijn plaats”. Gevolg: een groep cohousers die al het werk op zich neemt enerzijds en een groep cohousers die niet veel onderneemt anderzijds. Die eerste groep zal binnen korte tijd ontmoedigd raken en willen verhuizen omdat ze zich niet gewaardeerd of in het slechtste geval zelfs gebruikt voelen. Om dit soort situaties te vermijden geeft Durrett een aantal praktische tips.

Elke dag samen eten

En dan het allerbelangrijkste ingrediënt voor gelukkig samenhuisleven: samen eten. Durrett vindt dat een samenhuisproject het beste iedere dag samen eet, of toch tenminste de gelegenheid geeft om samen te eten. Dat lijkt misschien erg veel, maar in het boek legt Durrett op overtuigende wijze uit waarom dat eigenlijk wel meevalt en waarom het zelfs efficiënter is om elke dag een gemeenschappelijke maaltijd te organiseren dan slechts enkele malen per week. 

Doorheen het boek heeft Durrett  zijn taal met zorg gekozen en schrijft op een erg toegankelijke manier. De moeilijkere of jargonwoorden legt hij meteen duidelijk uit in de tekst. Hierdoor is het boek ook goed leesbaar voor mensen met Engels als tweede (of derde) taal is of voor mensen die niet helemaal ingelezen zijn in het onderwerp. Ook het aantal pagina’s is geen barrière: meer dan tachtig pagina’s heeft Durrett niet nodig om tot zijn conclusie te komen. Het grote aantal persoonlijke anekdotes over situaties die Durrett als cohouser zelf meemaakte, maken het boek aangenaam om te lezen en ook erg herkenbaar voor wie nu al aan samenhuizen doet. 

Er is een beperkt aantal exemplaren van het boek beschikbaar via Samenhuizen vzw. Interessant? Bekijk het boek in onze webwinkel

Trek je plan en maak er wat van

Neem een aantal tot de verbeelding sprekende locaties in een dynamische stad met een geschiedenis van experimentele woonvormen. Voeg er een honderdtal experts uit het cohousingveld en geïnteresseerden aan toe en wat krijg je dan? Juist, de Berlin ExperimentDays17.

ExperimentDays17

De organisatoren van de ExperimentDays17 – Urbamonde, id22 en Stiftung Trias – hadden pech; vlak voor het begin van het evenement was er een stevige storm over Duitsland geraasd. Als gevolg lag het halve land plat: vluchten werden afgelast, treinen afgeschaft, metrolijnen onderbroken. Een deel van de sprekers en bezoekers kon daardoor Berlijn niet bereiken, maar de mensen die er wèl raakten, waren des te enthousiaster. 

Oost-Europese plantrekkers

Tijdens de eerste ronde tafelgesprekken blijkt al snel dat Oost-Europa een inhaalslag aan het maken is; verschillende delegaties uit Polen, Hongarije, Slovenië, Servië en Kroatië zijn hard aan de weg aan het timmeren om er de eerste gemeenschappelijke woonprojecten op te zetten. Daarbij ondervinden ze wat tegenwind, want ook in Oost-Europa moeten de politici, beleidsmakers en bankiers wennen aan het feit dat groepen mensen willen samenwonen. In dit deel van Europa denken veel mensen bij gemeenschappelijk wonen in eerste instantie terug aan de communistische periode, waarin mensen vaak in communestijl woonden zonder dat ze er zelf voor gekozen hadden. 

Gelukkig blijken de Oost-Europese aanwezigen over veel enthousiasme en pioniersmentaliteit te beschikken. Ze wachten niet tot de overheden met regelgeving komen, maar gaan gewoon van start. En willen de banken geen leningen geven? Richt dan toch je eigen coöperatieve en ethische bank op (ja echt, er was een aanwezige die dit effectief gedaan heeft) – en nog vele andere innovatieve ideeën. 

Coöperaties zeer ingeburgerd in Duitsland

Duitsland is het land van de coöperaties. De eerste ontstonden er al vroeg in de 19e eeuw en ook vandaag is dit een bij het publiek ingeburgerde vennootschapsvorm. Veel Duitse woongemeenschappen zijn wooncoöperaties. Dat is een afgeleide versie van de ‘gewone’ coöperatie, in België bestaat deze vennootschapsvorm (nog?) niet. De wooncoöperatie is meestal de eigenaar van de grond en/of de gebouwen, waaraan de huurders huur betalen. Vaak zijn de huurders ook coöperant. De wooncoöperatie staat ook in voor het onderhoud en reparaties.  

De wooncoöperatie is een succesvolle formule blijkbaar: de verschillende woongemeenschappen die we bezochten tijdens de ExperimentDays17 – Spreefeld, Ufafabrik en Miethäusersyndikat –  waren wooncoöperaties. Enkel Teepeeland is geen coöperatie. Teepeeland ontstond nadat verschillende mensen in zelfgebouwde tenten gingen wonen op een verlaten industrieterrein. Vanwege deze ontstaansgeschiedenis kiezen de bewoners van Teepeeland er bewust voor om zich niet te organiseren in een coöperatie of andere vennootschapsvorm. 

Er is een schril contrast tussen de zelfbouwsels van Teepeeland enerzijds en de strakke gebouwen van Spreefeld anderzijds, de twee woongemeenschappen liggen naast elkaar op dezelfde oever van de Spree. Spreefeld is een ecologische woongemeenschap die bestaat uit drie verschillende flatgebouwen met een grote gemeenschappelijke tuin er omheen. Er wonen ongeveer 150 mensen op de verdiepingen, op de begane grond bevinden zich winkels, kantoorruimtes, een kinderdagverblijf en de gemeenschappelijke ruimte. 

Wisselende gezinssamenstellingen: hoe ga je ermee om?

Een van de terugkomende kwesties tijdens de ExperimentDays17 was woonflexibiliteit: hoe ga je om met gezinssamenstellingen die wisselen? Mensen krijgen soms een nieuwe partner en kinderen of de relatie loopt stuk en de kinderen gaan het huis uit. Vroeger toen de huizenprijzen lager waren, wilden mensen om op alle scenario’s voorbereid te zijn zo groot mogelijk wonen. Vandaag is dit vaak niet meer betaalbaar en zijn we ons er meer van bewust dat (te) groot wonen ook nadelen heeft qua onderhoud, milieu en ruimtelijke ordening, etc. Hoe kun je flexibel wonen zonder groot te wonen? Er zijn verschillende opties. 

In Spreefeld zijn de binnenmuren van lichtere kwaliteit, waardoor de muren gemakkelijker kunnen worden aangepast aan nieuwe situaties. De bewoners van een van de clusters overwegen op dit moment bijvoorbeeld om een deel van de gemeenschappelijke ruimte op te offeren voor een gezin dat een baby gekregen heeft, maar geen slaapkamer meer over heeft. In andere coöperaties zoals bijvoorbeeld La Borda in Barcelona kunnen de bewoners gevraagd worden te ruilen van wooneenheid. Dit staat ook in hun contract. 

Verder blijft er vraag naar compacte, innovatieve woningen die gemakkelijk moduleerbaar of aanpasbaar zijn. Containerwoningen, Skilpods, Tiny Houses en andere modulaire woningen kunnen een oplossing vormen, maar voldoen vaak niet aan de bestaande wetgeving. Maar er is hoop: zoals de Vlaamse proefomgeving voor experimentele woonvormen toont staat ook de overheid steeds meer open voor plantrekkerij als het over wonen gaat. 

Pagina's

Subscribe to RSS - Blog van renee