Blogs

“Je kan onmogelijke dingen mogelijk maken, door er zelf aan mee te werken”

Dit jaar leidt onze reis naar Nederland, land met een relatief lange samenhuisgeschiedenis en een groot aantal gerealiseerde projecten. Onze verwachtingen van dag één waarom daarom ook hoog.

Samenhuizenreis 2017 dag 1

Nederland is het woongroepenland bij uitstek, zo blijkt al bij aankomst. “In totaal zijn er meer dan 800 woongroepen in Nederland, waarvan ruim 200 gericht op senioren”, zo stelt Peter Bakker, voorzitter van de Nederlandse Landelijke Vereniging Centraal Wonen en onze eerste gids. 

“Als ik in de straat kom, ben ik al thuis”

Als eerste op het programma staat CW Lismortel, gevestigd in een buitenwijk van Eindhoven. CW verwijst naar centraal wonen - een typisch Nederlandse vorm van gemeenschappelijk wonen, waarbij de bewoners een volledig zelfstandige wooneenheid hebben en het aantal gemeenschappelijke activiteiten eerder gering is. Toch is er een echt gemeenschapsgevoel en stopt het thuisgevoel niet bij de eigen voordeur: “Als ik in de straat kom, ben ik al thuis”, aldus Bakker. 

CW Lismortel werd in de jaren ‘80 gebouwd door een sociale huisvestingsmaatschappij. In een later stadium besloten de bewoners om 20% private ruimte op te offeren ten goede van gemeenschappelijke ruimtes. Nu heeft elk cluster een gemeenschappelijke woonkamer, eetruimte, wasruimte en fietsenschuur. Bijzonder is dat modulair wonen in het project mogelijk is: “Als je gezin uitbreidt of je hebt juist minder ruimte nodig, huur je gewoon een kamer meer of minder”. 

Volgende project is IEWAN in Lent, een dorpje net buiten Nijmegen. IEWAN is een strowijk en was een echte experimenteerruimte voor allerlei ecologische bouwmaterialen. Ook probeert het project de ecologische voetafdruk van de bewoners zoveel mogelijk te beperken. Zo wordt 89% van de eigen elektriciteit opgewekt door een 200-tal zonnecellen. In de tuin staat een groot rietveld, dit blijkt later ook een waterfilter te zijn. Hierdoor bespaart IEWAN 50% drinkwater, want de toiletten en wasruimte maken gebruik van het gefilterde water.

Ecologisch bouwen lijkt soms synoniem voor duur bouwen, maar niets blijkt minder waar: “Je kan onmogelijke dingen mogelijk maken, gewoon door zelf eraan te werken. Ecologisch bouwen hoeft bijvoorbeeld niet duur te zijn, als je zelf meebouwt”, aldus Hanneke Beld, initiatiefneemster & bewoonster van IEWAN.

Samenhuizen gaat gluren bij de Noorderburen

Het is weer zover! Samenhuizen gaat op reis, naar Nederland dit jaar. Bij onze Noorderburen is samenhuizen (ook wel gemeenschappelijk wonen genoemd) al wat langer ingeburgerd. Hierdoor bestaat er een indrukwekkend aantal woonprojecten in Nederland. Aan onze Samenhuizen-reisvrijwilligers Marie en Luk (eveneens onze voorzitter) de taak om een selectie te maken uit dit hoge aantal interessante projecten. Uiteindelijk zijn het deze acht geworden: 

  • CW Lismortel, Eindhoven - website
  • Strowijk IEWAN, Nijmegen - website
  • De Kersentuin, Utrecht - website
  • Nieuw Wede, Amersfoort - website
  • Vijverhof, Ermelo - website
  • Woonvorm van de Toekomst, Amersfoort - website
  • Camphill Christophorus, Zeist - website
  • Casa De Pauw, Arnhem - website

te bezoeken projecten

Benieuwd hoe ze de zaken aanpakken in Nederlandse cohousings? Op deze blogpagina zal elke dag een korte blog verschijnen over de dag. Voor de samenvatting in beelden kun je terecht op onze Instagrampagina. We zullen er ook een videodagboek bijhouden met 360 graden filmpjes van elk project. 

Babyboomers nemen rusthuizen op de schop

Babyboomers willen koste wat het kost voorkomen dat ze voor hun laatste levensjaren terug op internaat moeten. Een rusthuis is hun worst case scenario. Verwonderlijk hoeft dat niet te zijn. In de pas van zijn voorgangers lopen, is iets waar je de babyboomer nooit in zijn leven op kon betrappen. Je weet wel, de protestgeneratie. Intussen nemen ze hun voorzorgen blijkt uit de vele co-housing projecten die op verschillende plaatsen de kop opsteken. In de agenda van Samenhuizen vzw staat in februari bijna dagelijks ergens te lande een infosessie gepland over een nieuw co-housing project. Infosessies die onder andere 50+ aanspreken. 

blog baby boomers

Daarnaast is de kans groot dat je volgende week op Batibouw heel wat 50-plussers tegen het lijf loopt die op zoek zijn naar inspiratie en informatie om te verbouwen. Uit een enquête van seniorennet bleek dat 50% van de ondervraagden in de komende maanden wil verbouwen om het alledaagse leven te vergemakkelijken en langer zelfstandig te kunnen wonen.

“Of ik misschien later in een rusthuis wil terecht komen,” kaatst Steven D’Haens, initiatiefnemer van De Living, een co-housing project voor 55+, de bal terug als ik naar zijn drijfveren achter dit initiatief pols. In 2019 wil hij met Symbiosis, de vzw achter De Living, de poorten van de Sint-Lambertuskerk in Antwerpen en het Karmelitessenklooster in Gent openen als co-housing pand voor 55+. De eerste infosessies zijn achter de rug. Intussen lopen in Wolvertem de bouwwerken van De Okelaar in een oud klooster en school stilaan op hun einde en zijn straks ook de laatste units de deur uit. Allebei projecten die op initiatief van vijftigers zijn ontstaan. De Living vooral om met generatiegenoten samen oud te kunnen worden in een setting die een balans tussen individualiteit en collectiviteit garandeert. De Okelaar om met verschillende generaties samen te leven en de zorgen en noden van jong en oud met elkaar te kunnen delen. Het roept herinneringen op aan de gemeenschapshuizen uit hun jonge jaren.

In de ogen van babyboomers staat de zorg teveel centraal in de initiatieven die de overheid en private initiatieven tot op vandaag aanbieden. Onderzoek toont trouwens aan dat senioren langer zelfstandig in hun thuisomgeving kunnen wonen, ongeacht een medisch probleem, als ze dit in hun individuele woning of één of andere co-housing setting kunnen doen. (Peter Camp in zijn boek Wonen in de 21ste eeuw, p.465)

“We evolueren naar een meersporenbeleid,” stelt Steven D’Haens, “waar ouderen zullen kunnen kiezen tussen de gouden kooi van een woonzorgcentrum en projecten als De Living waar ouderen met de hulp van leeftijdsgenoten al dan niet aangevuld met ingekochte hulp oud kunnen worden. Kangoeroewonen en duplexwonen horen zeker ook in dit rijtje thuis. Alles wat helpt om een woon- en zorgcentrum te vermijden, of op zijn minst zo lang mogelijk uitstellen, komt in aanmerking.

De wetgeving loopt echter achter op deze nieuwe samenlevingsvormen. Zo kunnen medebewoners een uitkering verliezen of gevoelig zien dalen omdat ze op slag als samenwonend worden beschouwd terwijl ze enkel gemeenschappelijke ruimtes en het adres met elkaar delen. Anderzijds voorziet de overheid tijdelijk experimenteerruimte voor dit soort co-housing projecten. Zo kan tot op behaalde hoogte afgeweken worden van de minimum oppervlakte in de privé units omdat er ook gemeenschappelijke ruimtes zijn die de tekorten vaak ruimschoots compenseren.

Initiatieven als woonzorgcentra ziet Anneleen Vandenberk van Wonen na 60 op termijn verdwijnen. Babyboomers willen kost wat kost voorkomen om over een aantal jaren de volgende bewoners van deze centra te zijn. Vijftigers blijven niet bij de pakken zitten zoals blijkt uit de voorbeelden hierboven. Op termijn zullen de top-down initiatieven plaats moeten maken voor bottom-up initiatieven waar vijftigers zelf het roer in handen nemen, wellicht in coöperatie met de professionele zorgsector. Binnen deze co-housing setting ontwikkelt mantelzorg zich op een organische manier binnen en tussen verschillende generaties. Iets wat de overheid genegen is, wil men binnenkort nog de factuur van de vergrijzing kunnen betalen. 

Met dank aan iedereen die reageerde op mijn oproep op Linkedin om tips, links, contacten, inzichten, … met me te delen over dit onderwerp. Ik kon niet alles verwerken in deze blogpost maar komt me zeker nog van pas voor het boek dat ik intussen aan het schrijven ben over de vergrijzende babyboomer. 

Deze blogpost is ook verschenen op www.thesilverones.com.

Auteur: Filip Lemaitre (zie Linked In)
Website: The Silver Ones

Tiny zoekt een huis

Tiny zoekt een plek om te wonen. Maar waar? En hoe? En hoeveel centjes kan en wil ze ervoor neertellen? Een ding is zeker: ze is niet alleen, en het kan wel eens een moeilijke rit worden.

Op een dag ziet ze iets passeren op facebook dat haar belangstelling wekt: een Tiny House !? Ze gaat naar de infoavond van Samenhuizen Brugge en komt meer te weten. Een Tiny House is een klein huisje, van ongeveer 20m², op een onderstel met wielen, een chassis. Deze huisjes kunnen samen worden opgesteld, in groep. Dat lijkt wel fijn, denkt Tiny. Dan is ze niet alleen, kan er eens samen gegeten worden, en kunnen ze samenleggen om zonnepanelen te kopen. En eventueel een krantenabonnement, of een bakfiets. Samen kunnen we de toekomst aan. Het zou bovendien minder kosten en misschien kan ze dan minder gaan werken en heeft ze meer tijd voor familie, vrienden en buren. Spelletjes te spelen, te ravotten, of gewoonweg nog eens in een hangmat te bengelen.
Er is ook iemand van de provincie Vlaams-Brabant. Blijkbaar zijn zij ook met gelijkaardige zaken bezig, ‘kleinschalig wonen’. Ze neemt een brochure en flyer mee. Ze geven een workshop op de Simplify Life inspiratiedag te Ternat.

In Gent wordt een vzw opgericht. De Tiny Houses in Vlaanderen worden afgetrapt op dinsdag 31 januari onder de Stadshal. Wat een wijs initiatief, denkt Tiny, daar moet ik naartoe gaan. Wie weet zal het het begin betekenen van een lang en gelukkig leven.

Meer Samenhuizen-blogs lees je hier. Je kan ook de spiksplinternieuwe overzichtskaart bekijken van waar je kan samenhuizen.

Samenhuizen ideaal middel tegen eenzaamheid

Een kwart van de Belgen voelt zich wel eens eenzaam - daarmee is eenzaamheid een van de belangrijkste problemen in onze huidige samenleving. Deze week vieren de Bond Zonder Naam en Samenlevingsopbouw de Week van de Verbondenheid. In heel Vlaanderen en Brussel worden er verschillende activiteiten georganiseerd om actief eenzaamheid tegen te gaan. Dit jaar is eenzaamheid onder migranten het centrale thema. 

In deze blog speel ik zelf de ervaringsdeskundige. Ik verhuisde een jaar geleden van Gent naar Brussel. Dat was een bewuste keuze, maar wel met het risico op vereenzaming. Als niet-Belg zijnde ben ik in feite migrant en mijn persoonlijk netwerk is sowieso al wat kleiner daardoor. In Brussel kende ik welgeteld drie mensen. 

Vroeger had ik er wel gestudeerd, maar nooit gewoond. Mijn ex-klasgenoten sprak ik eigenlijk niet meer en velen wonen ook niet meer in Brussel. Mede om eenzaamheid tegen te gaan koos ik ervoor om géén appartement te huren, maar om voor ongeveer hetzelfde bedrag een kamer in een gemeenschapshuis te huren. Dat is een huis waarvan de slaapkamers apart worden verhuurd. Meestal zijn de bewoners werkende jongvolwassenen. 

Vrienden voor het leven

Maar vind je dat niet zonde van je geld, zo’n kamertje huren in een huis en alles te moeten delen? Terwijl je ook alles voor jezelf kon hebben in een appartement? Dat zijn de vragen die ik van veel vrienden en familieleden voorgeschoteld kreeg. Naar mijn mening is de levenskwaliteit hoger in een gemeenschapshuis dan in een appartement. Ten eerste krijg je meer (gedeelde) ruimte voor je geld dan wanneer je een appartement huurt. En het allerbelangrijkste: je krijgt er huisgenoten en soms vrienden voor het leven bij.  

Natuurlijk, samenhuizen of gemeenschappelijk wonen heeft soms ook zijn nadelen - dat bedenk ik mij ook soms wanneer ik er onder de douche achter kom dat het warme water op is. Alles valt of staat met het hebben van leuke huisgenoten en ook je eigen houding naar die huisgenoten toe. Samenwonen met andere mensen betekent water bij de wijn doen. Bepaalde gewoontes (lang douchen, luide muziek draaien ‘s avonds) zul je misschien moeten veranderen of aanpassen om geen ergernissen te veroorzaken. 

Altijd hulp dichtbij

Een ander groot voordeel aan samenhuizen voor nieuwkomers is dat je integratie veel sneller verloopt, zeker wanneer je met locals samenwoont. Als Nederlandse kan ik er niet echt over meepraten, maar ik vermoed dat het leren van een nieuwe taal een stuk vlotter verloopt als je huisgenoten hebt om die nieuwe taal mee te oefenen. Ook banale zaken zoals het vinden van een nieuwe huisdokter, afval scheiden (niet evident want elk land doet dit net een beetje anders), invullen van belastingformulieren - het gaat allemaal veel sneller en gemakkelijker als je huisgenoten hebt om je ermee te helpen. 

Pagina's

Subscribe to RSS-blogs